Communicatie was dus de rode draad

(Foto door Loreanto/Shutterstock.com)

Er is mij gevraagd iets op te schrijven over wat iemand zou kunnen doen om mensen te helpen die drugs gebruiken, en hoe ouders kunnen voorkomen dat hun kinderen überhaupt aan drugs gaan beginnen. Ik heb een poos in afkickcentrum Narconon gewerkt, en hoewel ik u niet met zekerheid kan zeggen ‘doe simpelweg dit of dat’, weet ik wel wat in die tijd voor mij goed werkte — hoe ik me toentertijd vrij moeiteloos staande hield in dat afkickcentrum met af en toe dertig personen op het programma en waarmee ik toen bovendien goede resultaten bereikte.

Wat mij allereerst belangrijk leek, en dat is misschien wel het belangrijkste, was een vriend te zijn voor diegenen die echt besloten hadden af te kicken. Maar die daar mogelijk wél nog de nodige moeite mee hadden. Iemand kon mij alles vertellen — dat was 100% veilig. Ik werd nooit boos en zodra ik begreep wat de persoon mij vertelde of mij wilde vertellen, liet ik hem of haar ook weten dát ik het begreep. En het maakte mij daarbij ook niet uit of de persoon al vier keer eerder op zijn of haar bek was gegaan. Ik heb in die tijd ook van alles gehoord. Wees gewoon bereid om over van alles te horen, en blijf de persoon mogen ondanks wat dan ook. Daarbij was het tegelijkertijd wél belangrijk om voldoende afstand en overzicht te bewaren om mij te realiseren of de persoon me iets wilde vertellen wat hem of haar dwarszat of waar hij of zij van streek over was, of dat hij of zij iets voor mij achterhield wat hij of zij had uitgespookt. Dit onderscheid was en is niet altijd makkelijk te maken, en ik wil hier ook niet pretenderen dat wel even 1, 2, 3 duidelijk te maken, maar als vuistregel geldt misschien dat de persoon die kritisch is over iemand of iets, of die klagerig is over iemand of iets, iets heeft uitgespookt dat hij of zij voor je achterhoudt. En dat het nou aan jou is om dat eruit te krijgen. En het is wel eens zover gegaan dat ik vier mensen die zeikerig, klagerig en kritisch deden over iemand anders op het programma, tegenover me zette, vertelde wat hun gedrag volgens mij aangaf en van hun eiste dat zij voor de dag kwamen met wat zij hadden uitgespookt, en wat ik nog niet wist, precies, gedetailleerd, wat, wanneer, etc.

Ik twijfelde daar niet over, ik wist dan zo goed mogelijk waar ik tegenaan keek en éíste vervolgens dat mensen me vertelden wat ze hadden uitgespookt. Wat dan vervolgens vroeg of laat, ook gebeurde. Ook vertelden zij mij dan vaak wat zij tijdens hun drugsgebruik hadden gedaan.

Wat belangrijk is dat je bereid bent over van alles te horen, je niet preuts of moraliserend doet over wat iemand heft uitgespookt en je het in jou gestelde vertrouwen nooit of te nimmer beschaamt.

Spelen met deze twee dingen, en weten waar ik tegenaan keek, hielden mij in communicatie met de personen op het programma en zij met mij. Bovendien kreeg ik door meedogenloos met beide bovenstaande gegevens te spelen, ook het respect van de mensen op het programma, waardoor alles veel makkelijker werd, en zij mij ook gemakkelijker vertelden wat er speelde.

Communicatie was dus de rode draad en dit geldt denk ik ook voor ouders die willen voorkomen dat hun kinderen aan de drugs raken. Het is aan de ouders ervoor te zorgen dat hun kinderen in communicatie blijven, hun vertellen waar ze mee zitten en hun ook veilig kunnen vertellen wat ze hebben uitgespookt. Kortom, een veilig en aanwezig thuis.

E.K.


(Om de privacy van de betrokkenen te waarborgen zijn deze foto's niet van mensen die het Narconon programma volgen of hebben gevolgd.)
AUTEUR

Joanna Klussien

Executive Director Narconon Zutphen

NARCONON ZUTPHEN

DRUGSVOORLICHTING EN REHABILITATIE